Ik ben de laatste tijd niet erg actief op dit log. Mijn excuses daarvoor, maar uw wachten wordt binnenkort beloond met een geheel nieuwe vormgeving voor deze site. Met een beetje geluk staat-ie voor de kerst online, zodat u het gemis aan een witte kerst kan goedmaken door te kijken naar mijn nieuwe website (die namelijk erg wit is).
Verder ben ik de laatste tijd druk bezig met een werkgroepje binnen de Vereniging Wikimedia Nederland. We proberen archieven en mensen met media-collecties (voornamelijk foto’s) van de voordelen van het vrijgeven van hun werk onder een vrije licentie (zoals die van deze site) te overtuigen, en een van de manieren waarop we dat proberen te doen is ondermeer door het schrijven van een duidelijk artikel met de veelzeggende titel Waarom zou ik mijn werk vrij licenseren? Geheel in de trant van een Wiki kunt u dat artikel natuurlijk ook zelf bewerken, maar daarvoer moet u uzelf wel eerst (kosteloos) aanmelden.
Het is alweer een tijdje geleden dat ik dit jaar een plaat hoorde die ik echt goed vond. We hadden natuurlijk de breekbare plaat van Cat Power, die van Gorki was fabelachtig, en ook de nieuwe driedubbelcd van Tom Waits was top. Maar ik miste toch een beetje dat gevoel wat ik had toen ik vorig jaar Sufjan Stevens hoorde en twee jaar geleden The Arcade Fire.
Tot een paar dagen geleden, want toen hoorde ik voor het eerst de nieuwe plaat van Joanna Newsom: Ys. Wat een plaat! De stem van Newsom is een beetje wennen, want in eerste instantie heb je het gevoel dat de plaat is ingezongen door Lisa Simpson, maar na een paar draaibeurten wen je er aan en neemt Joanna je mee naar haar vreemde wereld van meteorieten en ontsnapte apen en beren. Dat geheel geïllustreerd door haar harpspel en prachtig georkestreerd door ondermeer Van Dyke Parks. Sommige mensen vinden het misschien allemaal wat over-the-top, maar als je over dat gevoel heenzet ontdek je elke keer meer en blijf je de plaat maar draaien, en beginnen de nummers zich in je hoofd vast te wringen en weigeren ze er nog uit te komen.
Ik las dat iemand een keer op een feestje was waar Joanna Newsom ook aanwezig was. Hij liep nerveus op haar af en zei: ‘Jij bent Joanna Newsom. Ik hou van je.’, en prompt daarop verliet hij het feestje. Als je deze plaat hebt gehoord snap je wellicht waarom.
Ik heb het afgelopen weekend een mooi plat scherm gekocht op de HCC Dagen in Utrecht, zodat ik mijn laptop daarop kan aansluiten. Dat had echter wel tot gevolg dat ik ook een apart toetsenbord moest hebben. Gelukkig had ik nog een USB-toetsenbord liggen wat ik ooit eens op een rommelmarkt had gekocht voor 50 cent. Tijdelijk moest dat toch wel kunnen leek me zo.
Bij nadere beschouwing bleek dit toetsenbord ontworpen te zijn door iemand die helaas niet heeft geprobeerd ook te werken met het door hem ontworpen toetsenbord. Kijkt u eens naar het plaatje boven: de ontwerper heeft in al zijn wijsheid besloten dat het handig is om een aan en uit-knop te hebben op het toetsenbord. Prima, dat hebben bijvoorbeeld Apple-computers ook. Maar waar heeft de ontwerper die knoppen geplaatst? Inderdaad: op de plek waar normaal de ‘print screen’, ‘scroll lock’ en ‘pause/break’ knoppen zitten! En zo zit ik dus constant per ongeluk mijn computer uit te zetten terwijl ik eigenlijk op ‘pause’ wil drukken. Toch maar een ander toetsenbord kopen…
Wat mij nu al een paar weken opvalt, en me ook wel enigszins stoort, is het gebruik van ‘die’ op plekken waar je normaal gesproken ‘de’ gebruikt. Vaak is het dan om naar iets te verwijzen waar je zelf aan deelneemt, zoals bijvoorbeeld Geert Wilders een paar dagen geleden toen hij sprak over ‘dat mensen die Partij van de Vrijheid wel zien zitten’. Ook vanavond hoorde ik Brecht van Hulten bij de Top 2000 het hebben over ‘wat mensen in die Top 2000 willen zien’. Ik vind ‘die’ een beetje onpersoonlijk klinken, alsof je het hebt over iets waar je het liever niet over hebt. Of heb ik het mis en is het juist een mooie nieuwe vorm in het Nederlands?
Net gekeken naar het lijsttrekkersdebat op Nederland 1. Wat me daar toch weer opviel is dat de overtuigingskracht van de lijsttrekkers vooral samenviel met hoe ‘authentiek’ ze overkwamen. ‘Authentiek’ is natuurlijk een vreselijk belegen en onduidelijk begrip, maar in de loop der jaren zijn we de politici toch wat beter gaan kennen en zijn we bepaalde dingen gaan verwachten.
Jan-Peter Balkenende was bijvoorbeeld erg zichzelf, ook al is ‘zichzelf’ in zijn geval: onhandig formuleren, te snel en onduidelijk praten en allerlei feiten opdreunen en irrelevante vragen stellen aan Wouter Bos (‘Weet u hoeveel verzorgingstehuizen er zijn in Nederland meneer Bos? Nee? Ik zal het u zeggen: 650!’). Een prettige, consistente onhandigheid, die blijkbaar toch vertrouwen kweekt.
Die prettige onhandigheid was juist compleet afwezig bij Femke Halsema en Mark Rutte. Vooral Rutte leek wel geïnstrueerd door zijn mediatrainer om vooral zoveel mogelijk boos en verontwaardigd te praten en ‘beschouwingen’ te geven over de discussie tussen Balkenende en Bos terwijl iedereen toch van hem verwacht dat hij de gezellige oud-student uithangt.
Rutte was ook verantwoordelijk voor de meest gênante momenten van de avond, namelijk die waarin hij Balkenende bijna beledigde omdat hij niet bij voorbaat wilde kiezen voor de VVD als coalitiepartner. Het leek wel alsof Rutte de bui al ziet hangen met een coalitie zonder de VVD en daardoor al vast paniekerig begint te reageren.
Femke Halsema was ook niet authentiek, ik vond haar te schreeuwerig en te ‘hard’. Wellicht dat ze wat harder wilde zijn omdat ze vroeger altijd als te ‘zacht’ werd ervaren. Maar juist op de momenten dat ze de afgelopen weken haar zachte kant liet zien, en niet zo streng keek vond ik haar het sterkst. Desondanks had ze wel een van de sterkste momenten van de avond toen ze Balkenende confronteerde met zijn standpunt over Irak. Ik vond het sowieso opvallend dat hét nieuws van dit weekend, de mogelijke misdragingen van Nederlandse soldaten in Irak, in het hele debat niet één keer werd genoemd (en de Schipholbrand ook niet, bedenk ik me net). Blijkbaar scoren ‘kinderen in de cel’ toch beter bij de Nederlandse kiezer, want daar kwamen zowel Bos als Halsema meerdere malen mee.
Wouter Bos deed precies wat we al jaren van hem verwachten: de PvdA-standpunten op een bijzonder mediagenieke en duidelijk manier uitdragen, maar op zo’n manier dat ze niet echt blijven hangen. Hij vond dan wel dat de campagne te ‘hard’ was, maar wat mij betreft had hij best wat van dat teveel aan felheid van Halsema en Rutte mogen overnemen.
Jan Marijnissen was wat mij betreft de winnaar van het debat. Hij was juist wél fel in zijn statements (vooral tijdens zijn discussie met Rutte over armoede) maar bracht ze op zo’n simpele en losse manier dat ze juist wel bleven hangen. Vooral tijdens zijn argumenten over de zorg was hij veel sterker dan Wouter Bos. Bos had het over de slechte situatie in verzorgingstehuizen, wat natuurlijk een belangrijk punt is, maar Marijnissen had het ook gelijk over waarom die werknemers zo weinig tijd hebben voor de ouderen: omdat ze teveel tijd moeten besteden aan het invullen van formulieren.
Blijft over: André Rouvoet. Zoals altijd een goed debater, maar met te weinig initiatief om betogen van andere lijsttrekkers te onderbreken. Ook zijn verhaal tijdens de ronde over ‘normen en waarden’, wat Balkenende initieerde, voegde niks toe aan een toch al onnozel onderwerp. Maar zijn keuze voor ‘integratie’ als debatonderwerp was op zo’n minst verrassend te noemen.
Als u na dit debat nu nóg niet weet wat u moet stemmen: Freek de Jonge is nog bezig op Nederland 1, en daarna komen Rutte en Bos bij Pauw en Witteman. En verrek: Freek de Jonge vindt Balkenende ook al ‘consistent onhandig’. Veel succes bij het stemmen morgen!
Weet u nog steeds niet op wie u moet stemmen? En bent u in het bezit van een laag IQ en en een internetconnectie? Probeer de Stomwijzer! Voor iedereen die geen snars verstand heeft van politiek, maar wel gaat stemmen!
Over vreemde platen gesproken: bovenstaande plaat kwam een vriend van mij tegen op een rommelmarkt. Wat een hoes! Ik kan me precies voorstellen wat voor conversatie er ongetwijfeld moet hebben plaatsgevonden tussen Maarten de Groot en zijn vrouw tijdens de fotosessie voor de hoes van In Gods Bloementuin.
Vrouw van Maarten de Groot: Waar is ons Hammondorgel gebleven? Maarten! Zit je nu al weer met ons Hammondorgel in de tuin?! Maarten de Groot: Ja, sorry schat. Het is voor die plaat, weet je wel. Vrouw: En mijn bloemen! Waar is dat bosje bloemen gebleven wat ik laatst heb gekocht voor mijn moeder? Maarten: Oh, uh, sorry. Dat staat hier op mijn orgel. Je krijgt het na de fotosessie terug! Vrouw: En mijn Chanoekia! Mijn negenarmige kandelaar! Waar is die gebleven? Maarten: Uh..
Als mensen voor het eerst bij mij thuis valt hun oog vaak als eerste op mijn televisie. Ik heb namelijk, in tegenstelling met de recente trend, geen 60-inch plasmascherm wat een gehele wand opvult, maar een heel klein beeldbuisje uit de jaren zeventig. Hij is destijds door mijn vader gekocht toen hij nog studeerde, en hij is inmiddels de vijftig gepasseerd, dus u kunt zich wel voorstellen hoe lang dat geleden is. Ondanks haar hoge leeftijd doet mijn NEC Farbfernseher (ze waren blijkbaar destijds goedkoper in Duitsland) het nog prima, hetzij met wat kleine aanpassingen. De volumeknop is al jaren geleden gesneuveld omdat ik daar altijd zo fanatiek aan draaide toen ik nog een kleine Hayke was, en ook de aan/uit knop is kaduuk dus ik moet de stekker uit het stopcontact halen om de televisie uit te zetten.
Een ander probleem zijn de zenderknoppen. In de jaren zeventig had je alleen nog maar Nederland 1, 2 en de Duitse zenders, dus waren wat stikkertjes naast die knoppen voldoende voor het complete zenderaanbod. Maar sinds de uitbreiding van de zenderpaketten zijn het aantal stikkertjes net zo snel gegroeid, zodat de huidige situatie is dat er grote oerwouden van stikkers om de knoppen heen zitten.
Toch heeft mijn oude televisie ook voordelen. Zo is bijvoorbeeld een nieuwe zender op de kabel alleen maar een kwestie van een nieuw stikkertje plakken, in plaats van door allerlei onhandige menu’s navigeren. Je kunt maar op één kanaal afstemmen, waardoor je langer geconcentreerd blijft zitten en gedwongen wordt om een goede keuze te maken. Bovendien is het heel handig als je (zoals ik) wel eens iets ontwerpt voor het scherm. Als je het op deze televisie test weet je zeker dat er niemand is die een slechter model heeft. Ook heeft deze televisie natuurlijk nog sprietantennes voor als de kabel uitvalt, alhoewel dat voordeel afloopt op 11 december. En omdat de knoppen draaibaar zijn (en dus heel fijn af te stellen) wil het nog wel eens lukken om een gecodeerd kanaal van de kabelmaatschappij zo af te stellen dat je een beetje kan meekijken.
Helaas paste mijn nieuwe DVD-speler niet op de antenne-ingang van de televisie (van SCART hadden ze in 1970 natuurlijk nog nooit gehoord) dus het leek er even op dat ik toch mijn vertrouwde Farbfernseher de deur uit moest doen. Maar daar heb ik gelukkig een oplossing voor gevonden: een kapotte videorecorder, die niet meer opneemt maar nog wel kan tunen, converteert het signaal van SCART naar het signaal wat de antenne-ingang aankan, en zo kan ik dus ook allerlei hypermoderne DVD’s afspelen op mijn oude televisie. En ik kan ook zappen. Wat toch stiekem wel fijner is dan elke keer opstaan en naar de televisie toelopen als er reclameblokken zijn.
Ever had any problems copy-pasting text from Microsoft Word into WordPress? Microsoft Word copies the text to WordPress, but it also copies non-compliant HTML tags which could cripple your carefully constructed layout. Fortunately there is a plug-in that makes copy-pasting from Word into WordPress a breeze: the WordPress Plain Text Paste plug-in. Try it. It really works.
Da’s balen. Heb ik op een rommelmarkt een plaat gekocht waarop Willi Boskovsky de grootste hits dirigeert van de Strauss-familie, blijkt er En van je hoempa hoempa in te zitten van de Beierse Dorpmuzikanten. Dus als iemand de bewuste plaat van Strauss heeft gevonden in zijn exemplaar van En van je hoempa hoempa: laat het even weten, dan kunnen we ruilen.