Hoe gebrek aan liefde de NPO online opbreekt

De Nederlandse Publieke Omroep wil heel graag digitaal innoveren. Ze besteden dit seizoen zelfs 60 miljoen in plaats van 20 aan online. Dat is fraai, en nodig. Maar gaan ze dat geld goed besteden?

Ik denk van niet, want de NPO neemt online eigenlijk nog steeds niet serieus. Hoezo dan? De belangrijkste manier waarop online NPO-materiaal wordt geconsumeerd is de site en de app. Die app staat op nummer 41 in de (Nederlandse) App Store van Apple, maar heeft slechts anderhalve ster en heel veel slechte recensies. Misschien komt het door de slechte beeldkwaliteit? Of door de bugs met Chromecast en Airplay?

Dat zijn concrete problemen, maar de kern ligt volgens mij dieper: een compleet gebrek aan liefde voor de inhoud.

Dat gebrek kun je goed zien als je de NPO app vergelijkt met die van belangrijke concurrenten, zoals Netflix. NPO ziet Netflix als een grote bedreiging. Je zou denken dat ze er daarom alles aan doen om ervoor te zorgen dat mensen ontdekken dat de NPO ook geweldige programma’s heeft en hun Netflix-abonnement opzeggen. Een win-win situatie, want voor de publieke omroep kun je jezelf niet uitschrijven.

Laten we de twee eens vergelijken. We gaan door de apps van Netflix en NPO en bekijken hoe ze verschillen.

Als je de Netflix-app opent (#22 in de App Store, gemiddeld drie sterren uit vijf) krijg je een scherm met je laatst bekeken video en daaronder eindeloos veel tegels naar series en films. Over die tegels is duidelijk nagedacht: een smaakvol beeld met de titel van het programma.

Stel dat je meer wilt weten over één serie. Als je klikt op de nieuwe Star Trek krijg je een scherm waarop je zonder te scrollen al veel te weten komt. Aantal afleveringen van het seizoen, een korte puntige beschrijving, zelfs de belangrijkste acteurs. Als je verder scrollt past op één scherm de informatie van drie afleveringen. De lengte, volledige titel, een fraaie still en wederom een duidelijke beschrijving. Nog een klik en de video begint.

Laten we nu eens de NPO-app erbij pakken. Als ik die open zie ik dit:

“Dag 3: Alice Springs”. Waar gaat dit over? Verder: het gesprek van de dag. Wat is dat? Een serie? Een programma? Een playlist? Daaronder aflevering 128 (waarom moet ik dat weten?) van Brandpunt met de mysterieuze omschrijving “Terugsmokkelen naar Syrië en Nederland opvangland voor tijger…”. Ik heb geen idee waar dit over gaat. Iets verder: “NPO zet zich met 3FM in voor zelfm.”. Weer een lelijke afgekapte zin. En een plaatje met dezelfde (nu wel complete) zin en “Afl. 20”. Heeft NPO 20 afleveringen gemaakt over zelfmoordpreventie?

Goed, laten we iets bekends pakken: Heel Holland Bakt. Als je naar een programma doorklikt krijg je alleen een titel en een afbeelding, voor de beschrijving moet je klikken. Onhandig als je een programma niet kent, zoals bijvoorbeeld bij “Hotel Romantiek”. Bovendien wordt daar de tekst ook, wederom, afgekapt en is de tekst die je kan lezen weinig wervend (“bekend van Streetlab”, wat is dat en why should i care?).

Stel dat je meer wilt weten over een losse aflevering. Bij alle afleveringen staat de oorspronkelijke uitzenddatum en tijd. Waarom is het interessant dat ik weet dat aflevering 3 van Heel Holland Bakt op zondag 17 september om 20:25 werd uitgezonden? Vervolgens klik je door op de laatste uitzending en word je direct geconfronteerd met twee schreeuwerige advertenties voor bloemen en reizen naar Israël.

Ook hier staat alleen de titel in beeld: “Moeilijk”. Beetje vaag. Misschien kan ik meer te weten komen als ik klik op het pijltje? De beschrijving is: “Het thema van deze aflevering is: moeilijk”. Jullie app is moeilijk, NPO.

Doordat je telkens drie keer moet klikken (op de aflevering, dan op het uitklappijltje en dan op ‘terug’) doe je er maar liefst elf seconden over om de beschrijving van één aflevering te zien. Elke keer dat je op een aflevering klikt zie je wéér die kutadvertenties. Even kijken welke van de laatste tien afleveringen van Andere Tijden je aanspreken? Trek maar lekker twee minuten uit voor zo’n simpele taak.

De NPO-app gaat eigenlijk maar uit van één scenario: je hebt een aflevering gemist op televisie, je weet welke, en die wil je terugkijken. Het hele idee dat je andere programma’s zou willen ontdekken, of zelfs andere afleveringen van hetzelfde programma is frustrerend moeilijk gemaakt.

En dan heb ik het alleen maar over deze relatief simpele dingen. Ik zou het ook nog kunnen hebben over de wankele ondersteuning voor Chromecast en Apple Airplay, de belabberde beeldkwaliteit en dat als je dan graag HD wilt kijken (het is tenslotte geen 1998 meer) je daarvoor als belastingbetaler nóg een keer moet betalen in de vorm van een NPO Start abonnement.

Het zou allemaal zoveel beter kunnen. Huur een goede copywriter in die vlotte koppen en tekstjes schrijft in plaats van “Het thema van deze aflevering is: moeilijk”. Herontwerp de schermen zodat de focus ligt op het ontdekken van nieuwe programma’s in plaats van welk tijdstip een aflevering werd uitgezonden. Laat je app testen door mensen die ’m nog niet kennen. Lees de slechte recensies in de app store en doe er wat mee.

En give a little love, NPO.

8 dingen die ik weet na een week in Rome te zijn geweest

1. Italiaanse televisie is bizar

Toen we een avondje in ons appartement televisie zaten te kijken viel op hoe bizar veel kanalen de Italianen hebben. Honderden! Allemaal in het Italiaans, en het is allemaal pulp. Tele-waarzeggers, een debatprogramma met als stelling vegani contro carnivori (veganisten versus carnivoren) en deze twee schreeuwende mensen die (denk ik) loten proberen te verkopen (filmpje). In een woord: mentale.

2. In Italië koop je schilderijen op televisie

Van die honderden kanalen heb ik er zeker tien(!) gespot waar een meneer (nooit een mevrouw) schilderijen aanprees die je per televisie kon kopen.

3. Testaccio is de leukste wijk om te logeren

We zaten in Testaccio, een echte Romeinse wijk. Weinig toeristen, dicht bij het centrum maar niet zó dichtbij dat je ’s nachts dronken toeristen onder je raam hebt. En met fantastisch eten: Da Remo voor de beste pizza, Giolitti voor hemelse gelato en Da Bucatino voor een zeer Italiaanse eetervaring: hun website is veel te hip voor het restaurant.

4. Italianen kunnen niet visueel communiceren

Alessi maakt leuke ontbijtbordjes hoor, maar van informatieontwerp snappen Italianen helemaal niks. Je loopt constant de verkeerde kant op in Rome, probeert fotogekopieerde blaadjes te ontcijferen en moet minutenlang wachten op apparaten die eerst een heel audioverhaal afdraaien voordat je verder kunt op het touchscreen. Waarom? Slecht ontwerp. Zo’n beetje alle beginnersfouten kom je tegen.

Hierboven zie je hoe een metrolijn wordt weergegeven in de trein zelf. Niks klopt: onduidelijke icoontjes, veel te veel informatie (waarom moet je weten hoe de perrons liggen op de lijn?) en een sticker in een afwijkende kleur en lettertype met ‘VATICANO’ die er bij is geplakt.

Vergelijk dat dan met (een deel van) zo’n kaart uit de Amsterdamse metro:

Duidelijke iconen, kleurgebruik en typografie. En zelfs lichtjes om te laten zien waar je al geweest bent!

Hetzelfde gebeurt met teksten. Nergens wordt rekening gehouden met wie die teksten gaat lezen. Zomaar een bordje bij een opgraving in Ostia Antica: academisch gebabbel gebrekkig vertaald naar het Engels. Voor de gemiddelde Rome-reis scholier die daar rondloopt onbegrijpelijk.

5. “Rustende bokser” is een geweldig 2000 jaar oud beeld

Ik had wel verwacht dat ik weer kippenvel zou krijgen van de Sixtijnse Kapel, maar niet dat ik nóg een kunstwerk zou treffen dat me zo’n gevoel zou geven. Dat gebeurde toen ik Rustende bokser zag: een Hellenistisch bronzen beeld, van ergens net voor Christus. Bronzen beelden zijn zeer zeldzaam, en dat dit werk ook nog in zo’n perfecte staat is lijkt bijna een wonder.

6. Vergeleken met Italiaanse hiphop is Lange Frans net Kanye

We kwamen een poster tegen van Fabio2u, een belachelijke Italiaanse rapper, ‘bekend’ van de hit ONLINE SHOPPING ADDICTED. Hij heeft trouwens ook ‘samengewerkt’ met Snoop Dogg op OH OH LET ME GO, waar Snoop precies 15 seconden in is gegreenscreened. Ik ben benieuwd hoeveel Fabio’s vader daarvoor heeft moeten dokken.

7. De beste foto’s van 2009 zijn dat niet in 2017

In 2009 gooide ik een muntje in de Trevifontein. Ik kwam inderdaad terug!

Exact acht jaar geleden was ik ook al eens in Rome. Niet met mijn schatje, maar met vrienden. We sliepen op slechts 300 meter afstand van waar ik dit jaar verbleef. Toen maakte ik natuurlijk ook foto’s, en een selectie van de beste exemplaren. Ik vroeg me af: zou ik nu dezelfde selectie maken als toen?

In 2009 sliepen we 4 nachten in Rome en maakte ik 771 foto’s. De selectie die ik toen na die vakantie maakte bestond uit 99 foto’s (13% van het totaal).

Dit jaar maakte ik dus een nieuwe selectie van mijn foto’s uit 2009. Ik kom nu uit op 59 foto’s (8%). Van die nieuwe selectie zat meer dan de helft niet in de oude selectie.

Wat selecteerde ik wel in 2009, maar niet in 2017, en vice versa? Zo op het oog zijn het vooral de foto’s zonder mensen die het niet haalden in 2017. Ik selecteerde ook veel foto’s om het verhaal van mijn vakantie te kunnen vertellen aan anderen. Dat is in 2017 wat minder belangrijk.

Kun je iets zeggen over welke vakantiefoto’s de tand des tijds doorstaan? Misschien dat een goede vakantiefoto óf de deelnemers aan die vakantie moet bevatten op een grappige, actieve of bijzondere manier óf een bezienswaardigheid, maar dan wel heel goed gefotografeerd.

Dit jaar zaten we 7 nachten in Rome en maakten we samen 1.066 foto’s, en een selectie van zo’n 200 foto’s (19%).

Benieuwd welke selectie ik maak in 2025.

8. Italianen zijn ontzettende hypochonders

Ik cappuccino drinkend na twaalf uur ‘s middags

Als je van koffie houdt is Italië geweldig. Op elke hoek een bar waar je (zolang je blijft staan) voor een euro of minder een betere cappuccino kan krijgen dan waar dan ook in Nederland. Maar als je die cappuccino bestelt na 12.00 dan doe je dat een beetje opgelaten, want dat hoort niet.

Dat is echt geen fabeltje: mijn schoonmoeder werd ooit bijna een restaurant uitgestuurd omdat ze het durfde om een cappuccino te bestellen na het diner. De ober zei onverbiddelijk “No. Espresso!”, en die moest ze vervolgens tegen heug en meug opdrinken.

Maar waarom mag je geen cappuccino drinken na de ochtend? Wat blijkt: Italianen zijn ontzettende hypochonders, vooral als het over de darmen gaat. Al die melk is zogenaamd slecht voor je spijsvertering. Waarom je dan wel tiramisu en panna cota mag eten als dessert is een raadsel.

Ciao!

Waarom onze verkiezingen oncontroleerbaar zijn geworden

Afgelopen week bouwde ik een site voor de Volkskrant waar te zien was hoe de Tweede Kamer er zou uitzien met een ander kiesstelsel. Bijvoorbeeld op gemeenteniveau, of met een kiesdrempel.

Wat u op die site niet kon lezen was hoe moeilijk het was om alle benodigde data te verzamelen. We hadden specifieke data nodig, bij voorkeur per stembureau. En wat bleek: er is geen enkele plek waar die data te vinden is. Sommige gemeenten publiceren zelfs geen data over welke partij bij hen het grootste is geworden.

Het leidde tot een artikel, wat afgelopen woensdag pagina twee van de krant haalde.

Hoe zit het eigenlijk met die data?

Het begint bij de Kiesraad: die maken alleen de einduitslag en de uitslagen per kieskring openbaar. Er zijn 20 kieskringen in Nederland, dus heel specifiek zijn die uitslagen niet. Kieskring 17 is bijvoorbeeld zowel Breda als Tilburg. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om de uitslag per stembureau ter inzage aan te bieden maar dat hoeft niet digitaal. En na drie maanden moeten ze de papieren vernietigen.

Er is, behalve die tijdelijke inzage, geen wettelijke verplichting voor gemeenten of de kiesraad om de uitslag op het niveau van de stembureaus openbaar te maken. Daarom is er geen centrale plek voor gedetailleerde uitslagen. De 388 Nederlandse gemeenten doen het allemaal zelf, en dat zorgt voor grote verschillen.

De gemeente Tilburg bied de uitslag alleen aan op het gemeentehuis. Lelystad en Urk doen dat ook, en melden zelfs dat digitaal aanbieden niet mag van de kieswet. Foto’s maken is ook verboden. Overschrijven mag dan weer wel, maar waarom is onduidelijk.

Apeldoorn bied de data wél digitaal aan, als een PDF met tabellen en de nummers van de stembureaus. Maar welke stembureaus bij de nummers horen wordt niet vermeld, en de telling is alleen op partijniveau (niet op kandidaatsniveau).

De gemeente Enschede doet het beter, door een Excel-bestand met de tellingen per bureau én per kandidaat. Heerlen bied zelfs een interactief kaartje aan met uitslagen per stembureau, en de aanduiding ‘beste partij’ (in plaats van ‘grootste’) voor de partij die de meeste stemmen haalde (de PVV).

Met zulke grote verschillen is het vrijwel onmogelijk om goede landelijke vergelijkingen te maken. Maar is dat erg?

De Kiesraad meldt op haar site: “Alle stukken waarop de einduitslag is gebaseerd, worden ter inzage gelegd of op internet gepubliceerd. Zo is de uitslag voor iedereen te controleren.”

Maar dat is ondoenlijk als sommige gemeenten die publicatie vrijwel onbruikbaar publiceren of wanneer je binnen een paar dagen al die gemeentes in persoon af moet gaan.

Het gekke is: van de verkiezingen in 2012 is de data wél te downloaden, zelfs op stembureauniveau. De Kiesraad “gaat hun best doen” om toch nog de uitslag van 2017 op gedetailleerd niveau te publiceren, maar dat is geen garantie.

Dat zou een achteruitgang betekenen in de manier waarop de kiezer de uitslag kan controleren. Én het is een achteruitgang voor politieke partijen, onderzoekers en media die willen duiden en onderzoeken welke politieke ontwikkelingen er plaatsvinden op gemeente en wijkniveau. Een artikel dat we in de Volkskrant schreven over het meest gemiddelde stembureau van Nederland bij de vorige verkiezingen was onmogelijk geweest zonder die gedetailleerde data.

Maar vooral gaat het om het principe. In een democratisch land waar vrije verkiezingen worden gehouden moet de uitslag goed door de burgers te controleren zijn.

Dit artikel verscheen eerder in De Circulaire, mijn tweewekelijkse nieuwsbrief.

Vorm en inhoud

Jean-Léon Gérôme – Pygmalion en Galatea (1890)

Een paar jaar geleden werkte ik als web-ontwikkelaar bij een omroep. Van een recente grote televisieserie werd een DVD-box gemaakt. En de producent had een geweldig idee om die box wat aantrekkelijker te maken voor potentiële kopers en vroeg mij om advies.

“Kun jij de website van het programma op een CD-ROM zetten zodat we die er in de doos bij kunnen doen?”.

Even viel ik stil, en toen zei ik wat iedereen die deze column leest nu denkt: “wie wil er een website op een CD-ROM als je die ook gewoon online kan zien?”.

Zo had de producent er nog niet naar gekeken, en de box werd op de markt gebracht zonder technologische innovaties uit de tijd dat mensen nog Windows 98 gebruikten.

Achteraf konden we er om lachen. Maar hoe vaak gebeurt het niet dat je projecten ziet waar je bij denkt: “waarom heeft niemand hier wat langer over nagedacht?”

Ik kon het de producent moeilijk kwalijk nemen. Die is vooral bezig met het maken van een mooie televisieserie. Zo’n DVD-box is een afterthought, die CD-ROM waarschijnlijk een afterafterthought. Een leuk extraatje. Dat een website op een cd best een slecht idee is, daar had hij niet over nagedacht. Maar wat wil je? Hij is tv-producent, geen softwareontwikkelaar. Gelukkig vroeg hij om advies voor het te laat was. En hij accepteerde dat zijn idee moest sneuvelen.

Eigenlijk maakte die producent maar één fout: wel nadenken over de vorm (de cd), maar niet over de inhoud (wat er op de website staat).

In mijn huidige werk, als bouwer van digitale verhalen bij een grote krant, kom ik dit fenomeen bijna dagelijks tegen. Meestal in vragen als: “Is het mogelijk om een wereldkaart met video’s te maken?”, “Kan jij een quiz met foto’s maken?” of “Hoe kunnen lezers een foto insturen?”.

Wel vorm, maar geen inhoud.

Ik antwoord dan: “welk verhaal wil je vertellen?” of “waar gaat het over?”. En samen komen we er achter dat er een veel betere vorm is die het verhaal vertelt of het probleem oplost. Als je de hele dag artikelen schrijft ontwikkel je blijkbaar een blind spot voor je eigen werk.

We hebben elkaars expertise nodig om er het beste van te maken.

Want waar de journalist een blind spot heeft voor de inhoud heb ík er een voor de vorm.

Ik bouwde een digitale variant van een traditionele papieren voetbalquiz en voorzag een probleem: bij een digitale quiz laat ik aan het eind meestal de antwoorden zien. Maar als ik dat nu zou doen dan zouden mensen met die antwoorden bij de papieren versie vals kunnen spelen. Ik vertelde dat tegen de, toch redelijk digibete auteur, die droogjes opmerkte: “dan laat je toch alleen de score zien?”. D’oh!

Als je iedereen vroeg betrekt bij een project kun je de aannames die er zijn snel toetsen. Heb je het sneller over de ‘waarom’ in plaats van de ‘wat’. En kijk je beter naar het grotere plaatje: is dit de juiste vorm om het probleem mee op te lossen?

Doe je dat niet, dan zit je voor je het weet met een website op een spiegelend schijfje.

Deze column verscheen eerder in het februarinummer van Informatie Professional.

Het lijstje, editie 2016


Elk jaar is het weer hetzelfde liedje: het lijstje . Mijn opsomming van de beste albums van 2016. Vorig jaar voorspelde ik dat 2016 bagger zou worden door de omgekeerde Star Trek movie curse  (even jaren zijn muzikaal minder goed dan de oneven).

Dat klopte eigenlijk helemaal, behalve op muzikaal gebied want dat was prima. De beste plaat is, geheel in de geest van het jaar, van iemand die overleed.

  1. David Bowie – Blackstar
  2. Radiohead – A Moon Shaped Pool
  3. Maxwell – blackSUMMERS’night
  4. Bon Iver – 22, A Million
  5. Julia Jacklin – Don’t Let the Kids Win
  6. ANOHNI – HOPELESSNESS
  7. The Field – The Follower
  8. Olga Bell – Tempo
  9. Solange – A Seat at the Table
  10. Huerco S. – For Those Of You Who Have Never (And Also Those Who Have)
  11. Julianna Barwick – Will
  12. The Veils – Total Depravity
  13. Angel Olsen – MY WOMAN
  14. Hydrogen Sea – In Dreams
  15. Leonard Cohen – You Want It Darker
  16. Death Grips – Bottomless Pit
  17. The Avalanches – Wildflower
  18. Porches – Pool
  19. Frank Ocean – Blonde
  20. Bombino – Azel

Ik heb een Spotify-playlist gemaakt met een combinatie van de beste nummers van een deel van deze platen én de beste losse nummers.

Foto: Kmeron / CC-BY-NC-ND

Het beste concert van het jaar was Wolf Parade op Best Kept Secret. Een hele tijd gaven ze geen optredens, tot dit jaar. Een intens optreden waarbij je af en toe het idee had dat Dan Boeckner (foto) een epileptische aanval had, maar dat hoort bij z’n act. Hopelijk komen ze in 2017 terug naar Nederland. Alle concerten die ik dit jaar bezocht vindt u trouwens hier.

Foto: Dena Flows / CC-BY-NC-ND

De herontdekking van het jaar was Kraftwerk. Net zoals vorig jaar een band die ik eigenlijk al lang kende, maar te weinig aandachtig had beluisterd. Ik deed een cursus elektronische muziekproductie en daar werd nog eens gehamerd op het belang van Kraftwerk voor alle dansmuziek. Ik ging weer eens luisteren en verrek: wat hebben die Duitsers eigenlijk briljante platen gemaakt. Hier is mijn bescheiden Spotify-playlist: Kraftwerk in tien liedjes.

Dat was het weer voor wat betreft het lijstje. Meer lijstjes vind je bij Pitchfork, Best Ever Albums, The Guardian, Metacritic, Tiny Mix Tapes, Plato, 3voor12, NME en Rolling Stone.

Als je benieuwd bent wat ik de afgelopen 13 jaar (!) leuk vond: hier zijn de edities van 2015, 2014, 20132012201120102009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004 en 2003.

Echte kerels

back-to-the-future-2-biff-tannens-pleasure-paradise-poker-set

Het tijdperk van de echte kerels is aangebroken. Trump in Amerika, Poetin in Rusland, Erdogan in Turkije. En straks vast Wilders in Nederland en Le Pen in Frankrijk (een vrouwelijke echte kerel).

Veel mensen hebben op Trump gestemd, maar er zijn ook heel veel mensen die niet op Clinton hebben gestemd. Volgens mij een van de belangrijkste redenen: ze is een sterke vrouw.

In de documentaire The Choice (nog te zien via npo.nl) werd een beeld geschetst over de jeugd van Clinton. In groep 8 was ze het hoofd van de klaar-overs. Op haar viertiende was ze aanwezig bij een speech van Martin Luther King. Bij haar afstuderen mocht ze speechen, als eerste student ooit op haar middelbare school. Ze gaf ook nog eens kritiek op de hoofdspreker, een senator, die de Vietnam-protesten onnodig had genoemd. Hillary Clinton. Echt een strebertje.

Typisch zo’n vrouw waar Donald Trump een hekel aan zou hebben.

Clinton is niet te vertrouwen. Dat is het beeld. Maar ik geloof er niks van. Mensen zoeken een excuus, zoals die e-mails, in plaats van te zeggen dat ze sterke vrouwen eng vinden.

Een hoop van die mensen, en dat zijn mannen én vrouwen, stemden op Trump. Een echte kerel, die gehandicapten belachelijk maakt, van kernbommen houdt, klimaatverandering als een Chinese hoax ziet, oproept om de andere kandidaat dood te schieten en, oh ja, vrouwen graag in hun kutje grijpt.

Een echte kerel dus. En vanaf 20 januari is hij de 45ste president van de Verenigde Staten, samen met zijn gevolg van klimaatontkenners, creationisten, birthers en andere post-waarheid types.

Wat dat gaat betekenen is onduidelijk, maar ik weet wel: het gaat écht niet meevallen. En de nationalistische partijen in Europa zullen flink winst boeken bij de verkiezingen in 2017. Wilders hier, Le Pen in Frankrijk, Frauke Petry in Duitsland. Want de leider van de vrije wereld is vanaf 2017 een xenofoob en zet de toon.

In een democratisch land is de enige manier om dat te voorkomen: zorgen dat mensen niet op ze stemmen. Door ze te overtuigen, weten wat de problemen zijn en gewoon, door met ze te praten.

Die mensen zijn namelijk echt niet allemaal achterlijk, racistisch en boos. Dus niet de hele tijd het vingertje heffen. Gewoon thee met ze drinken (of wat sterkers).

Ook met hen die het liefst stemmen op een echte kerel.

Cargo culting

Foto: Tom Mesic / CC-BY-NC-ND

Stel je een eiland voor in Micronesië (een archipel in de stille oceaan), ergens in het midden van de twintigste eeuw. Het eiland is sinds een paar decennia gekoloniseerd door de Fransen en de Britten, want er is sandelhout ontdekt, handig voor het maken van wierookstokjes en als medicijn tegen syfilis en andere geslachtsziektes.

De lokale bevolking leeft er nog traditioneel. Behalve contractarbeid (een systeem wat zeer dicht tegen slavernij aanschurkt) hebben de Europeanen ook het Christendom geïntroduceerd. En zo rond 1940 begint er ook de Tweede Wereldoorlog.

300.000 Amerikaanse troepen worden gestationeerd. Lekker dicht bij Japan. Die troepen hebben voorraden nodig, en die komen meestal per vliegtuig uit de lucht. Sommige van de soldaten delen gedeeltes van de voorraden ook met de lokale bewoners. Voorraden die uit de lucht kwamen.

Stel je even voor hoe dat voor moet zijn, als je altijd hebt geleefd zonder moderne technologie. Rare objecten die vanuit de lucht eten en spullen aanleveren. Dat is heel raar. Zoals de science-fictionschrijver Arthur C. Clarke ooit al opmerkte: Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. Geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van magie.

Na een paar jaar was de oorlog voorbij en, droevig voor de eilanders, ook de leveringen. Gelukkig bedachten een paar van de eilanders een oplossing: nadoen wat de soldaten deden. Dus bouwden ze vliegvelden van hout, compleet met controletorens, walkie-talkies en koptelefoons (van bamboo) en hielden ze elke ochtend militaire drills in nagemaakte uniformen.

Het zal je niet verbazen, maar er kwamen geen vliegtuigen en geen voorraden.

De antropologische term voor een groep mensen die dit gedrag vertoont is een cargo cult. De Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman was een van de eersten die opmerkte dat cargo culting net zo goed plaatsvindt in de westerse wereld.

In fraai Latijn heet het post hoc ergo propter hoc: een drogreden in de vorm ‘na dit, dus vanwege dit’. Gisteren vond ik een euro op straat toen ik een Magnum Almond eet, dus als ik me ongans aan roomijs eet ben ik snel miljonair.

Het gebeurt vaak genoeg.

Bijvoorbeeld: het is lastig om programmeurs te beoordelen, zeker als je zelf niet kan programmeren. Waar baseer je dan je oordeel op? Meestal zijn dat dingen die niet zoveel zeggen. Zoals dat op een CV iets staat over ‘agile development’. Dat klinkt wel goed, en je baas wilde daar iets mee, dus je neemt de kandidaat aan, met al z’n scrumcertificaten. Net zoals z’n collega’s.

En daar staan ze dan elke ochtend standups te doen, stickies op een bord te hangen, en elke twee weken te dot voten tijdens de retrospective. Maar ondertussen hebben ze eigenlijk geen enkel idee hoe je goede code schrijft. Het product wat ze moeten maken doet het daarom niet. Maar godzijdank kunnen al die problemen weer als blocking issues in de bug tracker, zodat ze op een backlog komen en ze in de volgende sprint kunnen worden opgepikt.

En zo ben je de hele dag bezig met allemaal rituelen, die geen enkele relatie hebben met waar je ooit voor bent aangenomen: een werkend product afleveren. Je maakt jezelf wijs dat je met al die scrumrituelen een werkend product aflevert. Maar iets maken, dat kan alleen door het te maken.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niks tegen scrum of agile development an sich. Maar ik heb wel iets tegen het doen van dingen zonder dat je weet waarom je dat doet.

Dus de volgende keer dat je iets doet waarvan je niet helemaal zeker bent waarom je het ook alweer deed, denk dan: heeft dit echt zin, of ben ik aan het cargo culten?

iOS 10 promises better video handling in Safari, but doesn’t deliver

iphone-animated-gif-22

Update: this issue seems to have been fixed in iOS 10.3! 

I’ve written before about all the caveats with using multimedia files on mobile devices. Especially iOS Safari on iPhone is a difficult beast to tackle: videos can’t autoplay, and they’re restricted to playing fullscreen. So, if we want to do ‘background video’ without audio on mobile we’re basically still restricted to the honourable (but outdated) animated GIF format.

iOS 10 promised some improvements on that. In a recent blogpost on the Webkit blog the playsinline attribute, in combination with the autoplay attribute is named as a way to replace the animated GIF format.

Unfortunately, the current implementation of playsinline/autoplay on iOS Safari makes it very hard to use the <video> tag as a GIF replacement. Characteristics of GIFs are that they’re muted, looping, autoplaying and play inline.

Crucially, there can be many GIFs playing on the same page.

Unfortunately, iOS Safari doesn’t seem able to play more than one <video> element at the same time. Of course, this wasn’t very noticeable given that inline video was impossible on the iPhone anyway. However, when using the new playsinline/autoplay combination on more than one video on a page this becomes noticeable immediately given that only one video will start playing. The other ones can’t even play because the play button is disabled on playsinline videos.

As a web developer, for anything else than a really basic use case, this is very frustrating. The only way i can imagine to get proper GIF-like behaviour with the current implementation is to have some Javascript running to check whether the GIF is in the viewport and then toggle the current playing video, which is pretty complex and error-prone compared to just using regular GIF images.

I’ve filed a bug with Webkit, so it might be fixed sometime in the future. But for now, this change seems to be just another hack we can add to the endless list of workarounds instead of a true solution.

Hoe een beetje zout en suiker 50 miljoen kinderlevens kon redden

Ik was van de zomer in Myanmar. En zoals elke toerist in een tropisch land kreeg ik last van diarree.

Dat kun je verhelpen met ORS: een smerige zout-en-suikeroplossing die je overal ter wereld kan krijgen voor een habbekrats: in Myanmar betaalde je €0.50 voor een zakje wat in een liter water oplost. Dat helpt wonderbaarlijk goed, maar mijn respect voor ORS werd pas echt groot toen ik het Wikipedia-artikel ging lezen.

Tot het begin van de jaren zeventig was diarree de belangrijkste doodsoorzaak van kinderen jonger dan één jaar in ontwikkelingslanden (vooral door cholera). Meestal probeerde men uitdroging te voorkomen met oplossingen die via een infuus werden ingebracht, maar je kunt je voorstellen welke nadelen dat heeft in ontwikkelingslanden.

Tijdens de oorlog van 1971 in Bangladesh, waar miljoenen mensen op de vlucht sloegen, waren de infusen op. Als alternatief gaf een Indiase arts patiënten een simpele zout-suikeroplossing, en wat bleek? Slechts 3.6% van de patiënten overleed, in tegenstelling tot de 30% van de mensen die een infuus kreeg. Latere onderzoeken lieten zien dat de kans op overlijden bij diarree tot wel 93% werd verminderd. De afgelopen dertig jaar zijn er mogelijk meer dan 50 miljoen kinderlevens gered dankzij ORS: niks anders dan zout, suiker en water in de juiste verhoudingen.

Dan ga je toch anders kijken naar dat vieze goedje.

Het prachtige Myanmar in twee weken

Ik heb van de zomer gereisd in Myanmar, ook wel bekend als Birma. Om uw geheugen op te frissen, dat ligt ingeklemd tussen Bangladesh, India, Laos, China en Thailand.

Die rode vlek is de ‘toeristische vierhoek’ van Yangon (de grootste stad), Bagan (waar de oude tempels liggen), Mandalay (de tweede stad) en Inle Lake (er is een meer). En iedereen die naar Myanmar gaat doet een variatie op dat rondje.

Maar eerst even terug in de geschiedenis. Kijk naar de foto hierboven. Toegegeven, die ziet eruit alsof-ie is gemaakt met een aardappel, maar dít is de plek waar jarenlang tienduizenden Birmezen, met gevaar voor eigen leven, kwamen luisteren naar de toespraken van nobelprijswinnaar en oppositieleider Aung San Suu Kyi. Ze had huisarrest, dus mensen kwamen bij dit hek luisteren naar haar toespraken. Als de junta, de militaire regering, ontdekte dat je dat deed kon je jarenlang worden opgesloten, of waren er nog ergere straffen. Sinds april van dit jaar is Suu Kyi eindelijk premier van Myanmar, bijna 30 jaar nadat ze begon als leider van de oppositie, bijna 70 jaar nadat haar vader Aung San het land bevrijdde van de Britten.

Sinds 2011 (toen de macht van de junta werd ingeperkt) is Myanmar snel aan het veranderen. Buitenlandse investeerders (vooral Chinezen) begonnen enorme projecten om van Myanmar een modern land te maken. Myanmar heeft pas sinds 2014 een toegankelijk mobiel netwerk: inmiddels heeft iedereen smartphones en Facebook.

Deze oude dame liet ons zien hoe je traditioneel sigaren rolt. Het dorpje waar ze in woonde was stoffig, vol bamboehutjes en loslopende koeien. Ze hadden pas zes maanden stroom. Maar als je deze foto goed bekijkt zie je wat ze naast die tabak óók heeft:

Juist! Een gloednieuwe smartphone zodat ze met haar zoon kon bellen. Dit soort tegenstellingen kom je continue tegen in Myanmar.

Birmezen zijn trouwens de meest eerlijke mensen ter wereld. We kwamen aan in ons hotel, de taxi (kosten: ongeveer €2,50) was net weg en ik kwam tot de ontdekking dat mijn beurs (inhoud: meer dan €100, pinpasjes, creditcards) weg was. Laten liggen in de taxi. Ik was nog bezig om de schok te verwerken toen ik “toet toet” hoorde. Onze taxichaffeur was teruggereden: u bent uw beurs vergeten. Ik hem natuurlijk uitgebreid bedanken, en voordat ik de kans krijg om hem een beloning te geven: toet toet, en weg.

Ons hoogtepunt waren de tempels van Bagan. Je verplaats jezelf tussen die tempels met een E-Bike, een elektrische scooter. Een briljante uitvinding: ik hoop dat binnenkort heel Amsterdam er op rijdt. Bagan is niet zo fraai als het sublieme Angkor in Cambodia, maar omdat alles zo dicht bij elkaar ligt en de tempels niet zo gigantisch zijn is de sfeer wel een stuk, bij gebrek aan een beter woord, gezelliger.

Ons guesthouse daar had trouwens het langste WiFi-wachtwoord ooit:

Nog wat dingen die misschien aardig zijn om te weten als u ook wilt gaan:

  • Één van de meest kenmerkende Birmese gerechten is theebladsalade. Het klinkt goor, maar de combinatie van het bittere theeblad met kool, tomaat en gefrituurde kikkererwten en pinda’s is heerlijk.
  • In het algemeen is de Birmese keuken heerlijk. Alleen jammer dat ze overal zo godverdehoeren veel olie gebruiken.
  • In alle gidsjes lees je dat Myanmar een stuk duurder is dan andere Zuidoost-Aziatische landen. Complete flauwekul. We hebben zelden zo goedkoop gereisd. Yangon is wel iets duurder dan de rest van het land (een goede tweepersoonskamer kost zeker €40-50), maar alle andere plekken waren goedkoop (denk €20-30 per nacht).
  • Qua kosten: de vlucht was wel duur. Dus kijk goed naar goedkope vluchten. Reken (zonder vlucht) op rond de €50 per persoon per dag.
  • In Myanmar is het laagseizoen als het bij ons hoogseizoen is, omdat het zoveel regent. Maar wij hadden daar eigenlijk weinig last van. Af en toe een buitje is niet erg als je weet dat er weinig toeristen zijn!
  • Wij vonden Inle Lake een beetje tegenvallen. De enige plek die té toeristisch is geworden.
  • We hebben alleen maar in kleine guesthouses en B&B’s geslapen in plaats van grotere hotels en dat beviel prima. Mocht u ook naar Myanmar willen, wij sliepen in Dreamland Guesthouse (Mandalay), Saw Nyein San (Nyaung U / Bagan), Zawgi Inn (Nyaung Shwe / Inle Lake) en Bike World (Yangon).