De beste documentaire van de afgelopen zestien jaar

Les Glaneurs et la glaneuse (trailer), een documentaire van Angès Varda uit 2000. Ze rijdt rond door Frankrijk met een goedkope digitale camera, op zoek naar glaneurs, ‘arenlezers’ in goed Nederlands, mensen die na de oogst oprapen wat er over is. Van de traditionele glaneurs gaat ze naar de moderne glaneurs van de grote stad: zij die na de markt dumpsterdiven en het overgebleven voedsel meenemen. Of rondrijden als het grofvuil buiten staat en die afgedankte spullen meenemen.

Varda (72 tijdens het filmen, voor het eerst met een digitale camera) maakte er een persoonlijke film van. Als ze de camera per ongeluk laat draaien zet ze een muziekje onder het onbruikbaar geachte materiaal en noemt ze het ‘de dans van de lenskap’. Niet pretentieus, of saai, maar juist intiem en komisch.

In de lijstjes van de critici van Sight and Sound staat de film op de achtste plaats van beste documentaires ooit. Ik zag ’m bij het fantastische Filmhuis Cavia in Amsterdam. Als u een beetje Frans kan is-ie in het geheel te bekijken bij Daily Motion.

Het lijstje, editie 2016


Elk jaar is het weer hetzelfde liedje: het lijstje . Mijn opsomming van de beste albums van 2016. Vorig jaar voorspelde ik dat 2016 bagger zou worden door de omgekeerde Star Trek movie curse  (even jaren zijn muzikaal minder goed dan de oneven).

Dat klopte eigenlijk helemaal, behalve op muzikaal gebied want dat was prima. De beste plaat is, geheel in de geest van het jaar, van iemand die overleed.

  1. David Bowie – Blackstar
  2. Radiohead – A Moon Shaped Pool
  3. Maxwell – blackSUMMERS’night
  4. Bon Iver – 22, A Million
  5. Julia Jacklin – Don’t Let the Kids Win
  6. ANOHNI – HOPELESSNESS
  7. The Field – The Follower
  8. Olga Bell – Tempo
  9. Solange – A Seat at the Table
  10. Huerco S. – For Those Of You Who Have Never (And Also Those Who Have)
  11. Julianna Barwick – Will
  12. The Veils – Total Depravity
  13. Angel Olsen – MY WOMAN
  14. Hydrogen Sea – In Dreams
  15. Leonard Cohen – You Want It Darker
  16. Death Grips – Bottomless Pit
  17. The Avalanches – Wildflower
  18. Porches – Pool
  19. Frank Ocean – Blonde
  20. Bombino – Azel

Ik heb een Spotify-playlist gemaakt met een combinatie van de beste nummers van een deel van deze platen én de beste losse nummers.

Foto: Kmeron / CC-BY-NC-ND

Het beste concert van het jaar was Wolf Parade op Best Kept Secret. Een hele tijd gaven ze geen optredens, tot dit jaar. Een intens optreden waarbij je af en toe het idee had dat Dan Boeckner (foto) een epileptische aanval had, maar dat hoort bij z’n act. Hopelijk komen ze in 2017 terug naar Nederland. Alle concerten die ik dit jaar bezocht vindt u trouwens hier.

Foto: Dena Flows / CC-BY-NC-ND

De herontdekking van het jaar was Kraftwerk. Net zoals vorig jaar een band die ik eigenlijk al lang kende, maar te weinig aandachtig had beluisterd. Ik deed een cursus elektronische muziekproductie en daar werd nog eens gehamerd op het belang van Kraftwerk voor alle dansmuziek. Ik ging weer eens luisteren en verrek: wat hebben die Duitsers eigenlijk briljante platen gemaakt. Hier is mijn bescheiden Spotify-playlist: Kraftwerk in tien liedjes.

Dat was het weer voor wat betreft het lijstje. Meer lijstjes vind je bij Pitchfork, Best Ever Albums, The Guardian, Metacritic, Tiny Mix Tapes, Plato, 3voor12, NME en Rolling Stone.

Als je benieuwd bent wat ik de afgelopen 13 jaar (!) leuk vond: hier zijn de edities van 2015, 2014, 20132012201120102009, 2008, 2007, 2006, 2005, 2004 en 2003.

Echte kerels

back-to-the-future-2-biff-tannens-pleasure-paradise-poker-set

Het tijdperk van de echte kerels is aangebroken. Trump in Amerika, Poetin in Rusland, Erdogan in Turkije. En straks vast Wilders in Nederland en Le Pen in Frankrijk (een vrouwelijke echte kerel).

Veel mensen hebben op Trump gestemd, maar er zijn ook heel veel mensen die niet op Clinton hebben gestemd. Volgens mij een van de belangrijkste redenen: ze is een sterke vrouw.

In de documentaire The Choice (nog te zien via npo.nl) werd een beeld geschetst over de jeugd van Clinton. In groep 8 was ze het hoofd van de klaar-overs. Op haar viertiende was ze aanwezig bij een speech van Martin Luther King. Bij haar afstuderen mocht ze speechen, als eerste student ooit op haar middelbare school. Ze gaf ook nog eens kritiek op de hoofdspreker, een senator, die de Vietnam-protesten onnodig had genoemd. Hillary Clinton. Echt een strebertje.

Typisch zo’n vrouw waar Donald Trump een hekel aan zou hebben.

Clinton is niet te vertrouwen. Dat is het beeld. Maar ik geloof er niks van. Mensen zoeken een excuus, zoals die e-mails, in plaats van te zeggen dat ze sterke vrouwen eng vinden.

Een hoop van die mensen, en dat zijn mannen én vrouwen, stemden op Trump. Een echte kerel, die gehandicapten belachelijk maakt, van kernbommen houdt, klimaatverandering als een Chinese hoax ziet, oproept om de andere kandidaat dood te schieten en, oh ja, vrouwen graag in hun kutje grijpt.

Een echte kerel dus. En vanaf 20 januari is hij de 45ste president van de Verenigde Staten, samen met zijn gevolg van klimaatontkenners, creationisten, birthers en andere post-waarheid types.

Wat dat gaat betekenen is onduidelijk, maar ik weet wel: het gaat écht niet meevallen. En de nationalistische partijen in Europa zullen flink winst boeken bij de verkiezingen in 2017. Wilders hier, Le Pen in Frankrijk, Frauke Petry in Duitsland. Want de leider van de vrije wereld is vanaf 2017 een xenofoob en zet de toon.

In een democratisch land is de enige manier om dat te voorkomen: zorgen dat mensen niet op ze stemmen. Door ze te overtuigen, weten wat de problemen zijn en gewoon, door met ze te praten.

Die mensen zijn namelijk echt niet allemaal achterlijk, racistisch en boos. Dus niet de hele tijd het vingertje heffen. Gewoon thee met ze drinken (of wat sterkers).

Ook met hen die het liefst stemmen op een echte kerel.

Cargo culting

Foto: Tom Mesic / CC-BY-NC-ND

Stel je een eiland voor in Micronesië (een archipel in de stille oceaan), ergens in het midden van de twintigste eeuw. Het eiland is sinds een paar decennia gekoloniseerd door de Fransen en de Britten, want er is sandelhout ontdekt, handig voor het maken van wierookstokjes en als medicijn tegen syfilis en andere geslachtsziektes.

De lokale bevolking leeft er nog traditioneel. Behalve contractarbeid (een systeem wat zeer dicht tegen slavernij aanschurkt) hebben de Europeanen ook het Christendom geïntroduceerd. En zo rond 1940 begint er ook de Tweede Wereldoorlog.

300.000 Amerikaanse troepen worden gestationeerd. Lekker dicht bij Japan. Die troepen hebben voorraden nodig, en die komen meestal per vliegtuig uit de lucht. Sommige van de soldaten delen gedeeltes van de voorraden ook met de lokale bewoners. Voorraden die uit de lucht kwamen.

Stel je even voor hoe dat voor moet zijn, als je altijd hebt geleefd zonder moderne technologie. Rare objecten die vanuit de lucht eten en spullen aanleveren. Dat is heel raar. Zoals de science-fictionschrijver Arthur C. Clarke ooit al opmerkte: Any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic. Geavanceerde technologie is niet te onderscheiden van magie.

Na een paar jaar was de oorlog voorbij en, droevig voor de eilanders, ook de leveringen. Gelukkig bedachten een paar van de eilanders een oplossing: nadoen wat de soldaten deden. Dus bouwden ze vliegvelden van hout, compleet met controletorens, walkie-talkies en koptelefoons (van bamboo) en hielden ze elke ochtend militaire drills in nagemaakte uniformen.

Het zal je niet verbazen, maar er kwamen geen vliegtuigen en geen voorraden.

De antropologische term voor een groep mensen die dit gedrag vertoont is een cargo cult. De Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman was een van de eersten die opmerkte dat cargo culting net zo goed plaatsvindt in de westerse wereld.

In fraai Latijn heet het post hoc ergo propter hoc: een drogreden in de vorm ‘na dit, dus vanwege dit’. Gisteren vond ik een euro op straat toen ik een Magnum Almond eet, dus als ik me ongans aan roomijs eet ben ik snel miljonair.

Het gebeurt vaak genoeg.

Bijvoorbeeld: het is lastig om programmeurs te beoordelen, zeker als je zelf niet kan programmeren. Waar baseer je dan je oordeel op? Meestal zijn dat dingen die niet zoveel zeggen. Zoals dat op een CV iets staat over ‘agile development’. Dat klinkt wel goed, en je baas wilde daar iets mee, dus je neemt de kandidaat aan, met al z’n scrumcertificaten. Net zoals z’n collega’s.

En daar staan ze dan elke ochtend standups te doen, stickies op een bord te hangen, en elke twee weken te dot voten tijdens de retrospective. Maar ondertussen hebben ze eigenlijk geen enkel idee hoe je goede code schrijft. Het product wat ze moeten maken doet het daarom niet. Maar godzijdank kunnen al die problemen weer als blocking issues in de bug tracker, zodat ze op een backlog komen en ze in de volgende sprint kunnen worden opgepikt.

En zo ben je de hele dag bezig met allemaal rituelen, die geen enkele relatie hebben met waar je ooit voor bent aangenomen: een werkend product afleveren. Je maakt jezelf wijs dat je met al die scrumrituelen een werkend product aflevert. Maar iets maken, dat kan alleen door het te maken.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niks tegen scrum of agile development an sich. Maar ik heb wel iets tegen het doen van dingen zonder dat je weet waarom je dat doet.

Dus de volgende keer dat je iets doet waarvan je niet helemaal zeker bent waarom je het ook alweer deed, denk dan: heeft dit echt zin, of ben ik aan het cargo culten?

iOS 10 promises better video handling in Safari, but doesn’t deliver

iphone-animated-gif-22

Update: this issue seems to have been fixed in iOS 10.3! 

I’ve written before about all the caveats with using multimedia files on mobile devices. Especially iOS Safari on iPhone is a difficult beast to tackle: videos can’t autoplay, and they’re restricted to playing fullscreen. So, if we want to do ‘background video’ without audio on mobile we’re basically still restricted to the honourable (but outdated) animated GIF format.

iOS 10 promised some improvements on that. In a recent blogpost on the Webkit blog the playsinline attribute, in combination with the autoplay attribute is named as a way to replace the animated GIF format.

Unfortunately, the current implementation of playsinline/autoplay on iOS Safari makes it very hard to use the <video> tag as a GIF replacement. Characteristics of GIFs are that they’re muted, looping, autoplaying and play inline.

Crucially, there can be many GIFs playing on the same page.

Unfortunately, iOS Safari doesn’t seem able to play more than one <video> element at the same time. Of course, this wasn’t very noticeable given that inline video was impossible on the iPhone anyway. However, when using the new playsinline/autoplay combination on more than one video on a page this becomes noticeable immediately given that only one video will start playing. The other ones can’t even play because the play button is disabled on playsinline videos.

As a web developer, for anything else than a really basic use case, this is very frustrating. The only way i can imagine to get proper GIF-like behaviour with the current implementation is to have some Javascript running to check whether the GIF is in the viewport and then toggle the current playing video, which is pretty complex and error-prone compared to just using regular GIF images.

I’ve filed a bug with Webkit, so it might be fixed sometime in the future. But for now, this change seems to be just another hack we can add to the endless list of workarounds instead of a true solution.

Hoe een beetje zout en suiker 50 miljoen kinderlevens kon redden

Ik was van de zomer in Myanmar. En zoals elke toerist in een tropisch land kreeg ik last van diarree.

Dat kun je verhelpen met ORS: een smerige zout-en-suikeroplossing die je overal ter wereld kan krijgen voor een habbekrats: in Myanmar betaalde je €0.50 voor een zakje wat in een liter water oplost. Dat helpt wonderbaarlijk goed, maar mijn respect voor ORS werd pas echt groot toen ik het Wikipedia-artikel ging lezen.

Tot het begin van de jaren zeventig was diarree de belangrijkste doodsoorzaak van kinderen jonger dan één jaar in ontwikkelingslanden (vooral door cholera). Meestal probeerde men uitdroging te voorkomen met oplossingen die via een infuus werden ingebracht, maar je kunt je voorstellen welke nadelen dat heeft in ontwikkelingslanden.

Tijdens de oorlog van 1971 in Bangladesh, waar miljoenen mensen op de vlucht sloegen, waren de infusen op. Als alternatief gaf een Indiase arts patiënten een simpele zout-suikeroplossing, en wat bleek? Slechts 3.6% van de patiënten overleed, in tegenstelling tot de 30% van de mensen die een infuus kreeg. Latere onderzoeken lieten zien dat de kans op overlijden bij diarree tot wel 93% werd verminderd. De afgelopen dertig jaar zijn er mogelijk meer dan 50 miljoen kinderlevens gered dankzij ORS: niks anders dan zout, suiker en water in de juiste verhoudingen.

Dan ga je toch anders kijken naar dat vieze goedje.

Het prachtige Myanmar in twee weken

Ik heb van de zomer gereisd in Myanmar, ook wel bekend als Birma. Om uw geheugen op te frissen, dat ligt ingeklemd tussen Bangladesh, India, Laos, China en Thailand.

Die rode vlek is de ‘toeristische vierhoek’ van Yangon (de grootste stad), Bagan (waar de oude tempels liggen), Mandalay (de tweede stad) en Inle Lake (er is een meer). En iedereen die naar Myanmar gaat doet een variatie op dat rondje.

Maar eerst even terug in de geschiedenis. Kijk naar de foto hierboven. Toegegeven, die ziet eruit alsof-ie is gemaakt met een aardappel, maar dít is de plek waar jarenlang tienduizenden Birmezen, met gevaar voor eigen leven, kwamen luisteren naar de toespraken van nobelprijswinnaar en oppositieleider Aung San Suu Kyi. Ze had huisarrest, dus mensen kwamen bij dit hek luisteren naar haar toespraken. Als de junta, de militaire regering, ontdekte dat je dat deed kon je jarenlang worden opgesloten, of waren er nog ergere straffen. Sinds april van dit jaar is Suu Kyi eindelijk premier van Myanmar, bijna 30 jaar nadat ze begon als leider van de oppositie, bijna 70 jaar nadat haar vader Aung San het land bevrijdde van de Britten.

Sinds 2011 (toen de macht van de junta werd ingeperkt) is Myanmar snel aan het veranderen. Buitenlandse investeerders (vooral Chinezen) begonnen enorme projecten om van Myanmar een modern land te maken. Myanmar heeft pas sinds 2014 een toegankelijk mobiel netwerk: inmiddels heeft iedereen smartphones en Facebook.

Deze oude dame liet ons zien hoe je traditioneel sigaren rolt. Het dorpje waar ze in woonde was stoffig, vol bamboehutjes en loslopende koeien. Ze hadden pas zes maanden stroom. Maar als je deze foto goed bekijkt zie je wat ze naast die tabak óók heeft:

Juist! Een gloednieuwe smartphone zodat ze met haar zoon kon bellen. Dit soort tegenstellingen kom je continue tegen in Myanmar.

Birmezen zijn trouwens de meest eerlijke mensen ter wereld. We kwamen aan in ons hotel, de taxi (kosten: ongeveer €2,50) was net weg en ik kwam tot de ontdekking dat mijn beurs (inhoud: meer dan €100, pinpasjes, creditcards) weg was. Laten liggen in de taxi. Ik was nog bezig om de schok te verwerken toen ik “toet toet” hoorde. Onze taxichaffeur was teruggereden: u bent uw beurs vergeten. Ik hem natuurlijk uitgebreid bedanken, en voordat ik de kans krijg om hem een beloning te geven: toet toet, en weg.

Ons hoogtepunt waren de tempels van Bagan. Je verplaats jezelf tussen die tempels met een E-Bike, een elektrische scooter. Een briljante uitvinding: ik hoop dat binnenkort heel Amsterdam er op rijdt. Bagan is niet zo fraai als het sublieme Angkor in Cambodia, maar omdat alles zo dicht bij elkaar ligt en de tempels niet zo gigantisch zijn is de sfeer wel een stuk, bij gebrek aan een beter woord, gezelliger.

Ons guesthouse daar had trouwens het langste WiFi-wachtwoord ooit:

Nog wat dingen die misschien aardig zijn om te weten als u ook wilt gaan:

  • Één van de meest kenmerkende Birmese gerechten is theebladsalade. Het klinkt goor, maar de combinatie van het bittere theeblad met kool, tomaat en gefrituurde kikkererwten en pinda’s is heerlijk.
  • In het algemeen is de Birmese keuken heerlijk. Alleen jammer dat ze overal zo godverdehoeren veel olie gebruiken.
  • In alle gidsjes lees je dat Myanmar een stuk duurder is dan andere Zuidoost-Aziatische landen. Complete flauwekul. We hebben zelden zo goedkoop gereisd. Yangon is wel iets duurder dan de rest van het land (een goede tweepersoonskamer kost zeker €40-50), maar alle andere plekken waren goedkoop (denk €20-30 per nacht).
  • Qua kosten: de vlucht was wel duur. Dus kijk goed naar goedkope vluchten. Reken (zonder vlucht) op rond de €50 per persoon per dag.
  • In Myanmar is het laagseizoen als het bij ons hoogseizoen is, omdat het zoveel regent. Maar wij hadden daar eigenlijk weinig last van. Af en toe een buitje is niet erg als je weet dat er weinig toeristen zijn!
  • Wij vonden Inle Lake een beetje tegenvallen. De enige plek die té toeristisch is geworden.
  • We hebben alleen maar in kleine guesthouses en B&B’s geslapen in plaats van grotere hotels en dat beviel prima. Mocht u ook naar Myanmar willen, wij sliepen in Dreamland Guesthouse (Mandalay), Saw Nyein San (Nyaung U / Bagan), Zawgi Inn (Nyaung Shwe / Inle Lake) en Bike World (Yangon).

Stapes.js 1.0.0

stapes

In 2012, more than four and half years ago, i started to work on a small Javascript library called Stapes.js. At that time there was a big upswing in MVC libraries. People were building larger and more complex apps, and were looking for ways to better structure their code.

There were many libraries, but to me they seemed quite complex. Many libraries were more like frameworks: you needed to accommodate your code into their way of thinking, instead of the other way around.

I didn’t like that mentality. So i did what any good nerd would do: i wrote my own library.

I decided early on to follow the UNIX philosophy: do one thing, and do it well. Turns out that my library did three things: class creation, custom events, and data manipulation. But still, that was a lot less than virtually all the other libraries.

Another thing i decided on was that i would write good documentation. A depressing number of libraries, especially Javascript ones, have awful documentation. And even when there is documentation, there are no examples, which to me is the most important thing.

Development proceeded, and applications were built using Stapes. I’m especially proud of the projects at VPRO where i used Stapes, like 3voor12. Apparently, they are still using my little library.

Anyway, the last major release for Stapes was almost three years ago. After that, development has stopped. I occasionally responded to issues and pull requests. But it seems that most people are quite happy with the current state of Stapes.

In the meantime, the world of web development hasn’t stopped. People are building ever more complex apps. They use all kinds of new tools that didn’t even exist three years ago. And the development of the language hasn’t stopped as well: adaptation of ECMAScript 6 (the latest Javascript standard) is looking good, either with or without transpilers like Babel.

So, i need to take a hard look at the future of Stapes. Class creation will be useless because everyone will be using ES6 classes anyway. Custom events are nice, but there are lots of other libraries doing that as well. The data methods are useful, but the implementation in Stapes has never quite hit the sweet spot that i wanted.

And frankly, other people do better. One library that i’m especially fond of is called Vue.js. It shares the same ‘less is more’ philosophy of Stapes, but it’s far more versatile. It’s basically all the good bits of Angular.js 1.x without all the Java-enterprise-like nonsense and complexity.

Which leads me to this conclusion: Stapes simply doesn’t need more than it already has. It’s not dead. It will continue to work fine for your projects, and i might still fix some bugs in the future. But don’t expect any new features or radical changes.

An API that won’t change anymore. No new features. No surprises.

Sounds like the perfect time to finally release Stapes 1.0.0 :)

Brexit

c057065b-a581-43de-915f-997bc26ad4ca

Dit gifje laat zien wat er is gebeurd in het Verenigd Koninkrijk. Je bent van plan iets te doen. Je ouders zeggen “Dat is onverstandig!”. Maar het is ook leuk om lekker tegen je ouders in te gaan. Dan doe je het, en dan opeens realiseer je je (dit is het moment dat het blikje het gezicht van het meisje raakt): hoe hadden we zo dom kunnen zijn? En dan heb je spijt, en moet je huilen.

Volgens mij is het deel van een trend. Weg van de feiten, vertrouw vooral op je gevoel. Weg met de experts.

Een voorbeeld: afgelopen zaterdag stond in de Volkskrant een stuk over ouders die hun kinderen, tegen beter weten in, niet laten vaccineren.

Het is hetzelfde patroon: mensen hebben het gevoel dat ze geen controle hebben over hun leven. Dus doen ze iets waar ze wél controle over hebben: tégen de bestaande conventies, instituten en wijsheid. Een poging terug te keren naar een tijd waarin we zalig leefden van het land, er biggetjes in huis rondscharrelden, en we genoeg hadden aan liefde en gevoel. Dat je waarschijnlijk voor je 40-ste stierf aan de pokken of aan cholera is dan wat minder belangrijk.

Proberen er tegenin te gaan met wetenschappelijk onderbouwde feiten heeft geen zin: mensen gaan dan juist meer in hun eigen ideeën geloven.

Nog zoiets. Ik moest laatst weten of tempeh glutenvrij is (ja). Maar behalve die informatie vond ik ook een alternatieve wereld waarin mensen beweren dat soja ongezond is. Want ‘er zitten stoffen in die de schildklier ontregelen (…) mijn inziens troep‘. Maar anderen zijn het daar niet mee eens, want er zijn ergere dingen: ‘rare westerse producten als aspartaam‘.

Het gaat niet om de vraag of dingen wel of niet gezond zijn, het gaat erom of dingen wel of niet gezond voelen.

Je hoeft niet lang te zoeken om overeenkomsten te zien met de fans van Donald Trump. In the face of all the evidence blijven mensen Trump steunen, ook al liegt hij dat hij barst, en kan hij z’n idiote uitspraken niet onderbouwen.

Van zijn meest significante en nieuwswaardige uitspraken is 77% grotendeels onwaar, compleet onwaar, of volkomen slap gelul (ter vergelijking: Clinton zit op 27%, Sanders op 29%). Trump zegt dat Clinton van plan is om alle criminelen vrij te laten (gelul), dat er duizenden mensen in New Jersey aan het juichen waren op 9/11 (gelul), en dat 81% van de moorden op blanken door zwarten zijn veroorzaakt (gelul).

Maakt dat zijn aanhangers iets uit? Nee, natuurlijk niet.

Dat is ook het deprimerende. Het voelt vast lekker om op Trump te stemmen. Voor ‘leave the EU’. Of iedereen te vertellen dat sojabonen kanker veroorzaken en inentingen autisme.

Maar op een ochtend word je wakker en blijkt dat je geen lid meer bent van de EU en dat je er economisch net zo slecht voorstaat als tijdens de crisis. Dat Donald Trump de leider is van de westerse wereld en op zijn golfbaan aankondigt dat moslims het land niet meer in mogen. En dat kinderen zonder inentingen toch echt ziek kunnen worden en kunnen overlijden.

Natuurlijk, de huidige onvrede heeft diepe en complexe oorzaken. Mensen zijn teleurgesteld in loze beloftes van politici en voelen zich vernederd. Ik realiseer me terdege dat ik deel uitmaak van een hoogopgeleide elite die makkelijk praten heeft.

En ik zou willen dat het antwoord op dit alles “meer kattengifjes” is (sorry).

We moeten ons minder door ons gevoel laten leidden. Maar we moeten niet gevoelloos worden. Ja, we moeten lief zijn voor elkaar.

Succes

deeba877-abf8-4f28-b2d7-8cb954c7b0bb

Een goede vriend van mij vind “succes” een gek woord. Hij heeft gelijk: om “succes” hangt een zweem van stockfoto’s van managers die in de lucht springen met hun duimen omhoog (zie boven).

Toch ga ik het over succes hebben. Mensen vinden het blijkbaar leuk wat ik doe, dus vragen ze me om advies. Wat ik ontzettend leuk vind om te geven en ook graag doe: er zijn weinig dingen zo strelend voor je ego als andere mensen uitleggen wat je doet, en dat ze dan óók nog eens aandachtig luisteren en je later mailtjes sturen dat ze er echt iets aan hebben gehad.

Maar het is ook lastig. Je moet dan je keuzes achteraf gaan analyseren. Dan kom je vaak uit bij one-liners zoals ‘doe, in plaats van denk’. Of ‘volg je passie’. Er bestaan hele industrieën die alleen maar bestaan bij de gratie van het uitgeven van boekjes met dat soort frases.

Alsof je daar wat aan zou hebben.

De beste lessen leer je niet vooraf, maar achteraf. Als je al fouten hebt gemaakt. Of als iemand achteraf tegen je zegt hoe het beter had gekund. Of als je zelf ergens een vaag knagend gevoel hebt dat zegt: ‘dat kan beter’.

En achteraf denk je dan inderdaad: ‘ik had moeten doen, in plaats van denken’. Of: ‘ik had beter naar mijn eigen gevoel moeten luisteren’.

Ook daar koop je niks voor.

Maar toch ga ik een advies geven.

Het is niet belangrijk wat je doet, maar dat je doet.

Dat je doet is dus niet heel lang nadenken. Of vergaderen. Of een groot beleidsstuk schrijven. Je bezig houden met irrelevante details die pas belangrijk zijn bij de uitvoering. Van die bureaucratische dingen.

Dat is dingen doen.

Iemand opbellen. Ergens naar toe fietsen. Iets doen wat je nog nooit eerder hebt gedaan. Een ticket boeken naar een land waar je de taal niet spreekt. Met mensen praten die je niet kent.

Ergo: iets doen zonder dat je al van tevoren weet wat de uitkomst gaat zijn. Experimenteren. Uitproberen. Prutsen.

‘Uit je comfort zone stappen’ heet dat tegenwoordig. Hoe weet je wat je comfort zone is? Makkelijk: bedenk iets dat je gaat doen. Zo. Voel je je nu bang? Angstig? Huiverig?

Goed zo. Dat is buiten je comfort zone. Ga dat doen.