Nostalgisch programmeren

Het is 9 februari 2050. We zijn in een klaslokaal ergens in Nederland. Voor de klas staat een oudere kale man met een bril en nét iets te hippe schoenen voor zijn leeftijd. In de klas zit een groep adolescenten.
“Meneer Kranen, mijn opa zegt dat hij een tijdschrift heeft waar u op de cover staat. En dat tijdschrift komt uit dit jaar! Maar u ziet er veel jonger uit dan nu. En lang niet zo dik en grijs. Klopt dat?”
De leraar zucht even diep en neemt dan het woord. “Bikkel, je opa vergist zich. Ik weet niet waar hij het over heeft. Laten we gaan beginnen met de les van vandaag. Ouderwets programmeren. Wat denken jullie dat dat betekent?”
Een meisje steekt enthousiast haar hand op. “Ariel, wat denk jij?” zegt de leraar. “Ik denk dat we gaan werken met oudere AI-modellen. Zoals ChatGPT 8, of Gemini 12.” zegt Ariel.
“Of misschien zelfs Grok MechaHitler!” schreeuwt een jongen aan de andere kant van de klas. “Matthijs!” roept het meisje.
“Leuk Matthijs. Maar laten we het daar niet over hebben. Heb je ook een serieus antwoord?”
Matthijs denkt even na en zegt dan “Oh, misschien gaan we de prompt gewoon direct vertellen wat we willen in plaats van dat de agent onze gedachten leest?”. Een meisje met een beugel roept: “Of dat we het gaan typen! Op zo’n toetsenbord! Ik heb die gezien in het technologiemuseum.”
“We gaan inderdaad werken met een toetsenbord” zegt Meneer Kranen. “Maar er is meer dan dat…”
“Gaan we ook werken met zo’n ding dat je moet verplaatsen?” zegt Bikkel. “Zo’n, hoe heet dat? Een hamster? Een marmot?”. “Een muis!” zegt het meisje met de beugel. “Die zag ik ook in het museum, met een filmpje van een oude minister-president die niet wist hoe het werkt.”
“Misschien gaan we zelfs met een muis werken” zegt de leraar. “Maar jullie vergeten het belangrijkste. We gaan geen prompts gebruiken om onze apps te bouwen.”
De hele klas begint te schreeuwen. “Geen prompts?”. “Maar hoe moeten we dan de apps bouwen meester?” zegt Matthijs.
“We gaan de code zelf schrijven jongens”, zegt de leraar.
De hele klas valt stil. Een van de studenten begint te lachen. Dan moet de rest van de klas ook lachen. “Wat een leuke grap meester! Zelf programmeren!” zegt Bikkel.
“Het is geen grap” zegt de leraar. “Ik ga jullie uitleggen wat variabelen zijn, hoe je een loop schrijft en hoe je een functie aanroept. Jullie gaan zelf een app schrijven met een toetsenbord. Net zoals ik dat vroeger ook deed toen ik zo oud was als jullie.”
Uit de klas klinkt een collectief gezucht. “Maar meester, waarom zouden we dat doen? Dat is toch heel onhandig en saai?” zegt Ariel.
“Waarom zou je gitaar leren spelen? Of leren zingen?” zegt de leraar. “Je kan toch ook gewoon de radio aanzetten?”. “Wat is een radio?” zegt Matthijs. “Laat maar zitten Matthijs. Het punt is dat je ook dingen kan doen die niet efficiënt zijn. Maar gewoon omdat ze leuk zijn! Omdat je van een uitdaging houdt! Omdat je graag een puzzel wilt oplossen! Omdat je niet wil dat de machines alles voor je bepalen!”.
“Maar meester…” begint het meisje met de beugel voorzichtig. “Een agent weet toch beter hoe je een app schrijft dan wij zelf?”
Het hoofd van Meester Kranen wordt langzaam rood. Zijn woorden buitelen in rap tempo over elkaar heen.
“Alles is tegenwoordig geautomatiseerd! Je kunt niks meer zelf! En vanwege die stomme agents raakte ik mijn baan kwijt en sta ik nu al bijna 25 jaar voor minkukels zoals jullie les te geven. En jullie snappen er helemaal niks van! Jullie hebben geen idee hoe het is om niet aan het handje te worden genomen! Jullie zijn allemaal slaven van de machine geworden!”
“Slaafgemaakt, meester”, zegt Ariel.
“Het me niet schelen hoe je het noemt! Jullie zijn allemaal dom en lui geworden. En dat komt allemaal door die rotagents!”
Bikkel staat op en fluistert iets in het oor van Ariel. “Bikkel!” roept de meester.
“Ik ga de decaan halen meester, u bent helemaal overstuur!” zegt Bikkel.
Meester Kranen kijkt even in de verte. Hij herpakt zich en gaat rustig zitten.
“Sorry jongens, ik liet me even gaan. Ik heb slecht geslapen vannacht. Het spijt me.”
Meester Kranen zucht diep en vervolgt dan zijn verhaal. “Goed, start jullie gedachtenmachines maar en zet je prompting agent aan. Jullie mogen een spelletje gaan prompten.”
Door de klas gaat een zucht van verlichting. De kinderen gaan aan de slag.
Meester Kranen staart uit het raam. De les is bijna voorbij. Nog maar een paar jaar en dan mag hij met pensioen.
Dit verhaal verscheen eerder in editie #241 van De Circulaire.