Vergeten Woorden, deel 1: Knetel

Het mag bekend heten te zijn dat het Nederlands een grote woordenschat kent. Volgens Wikipedia (daar kan iedereen en zijn kat in bewerken, dus het is waar) zijn er maar liefst een miljoen woorden in het Nederlands. Er zijn echter nog veel meer woorden die ooit deel uitmaakten van de prachtige Hollandsche woordenschat maar om duistere redenen in onbruik zijn geraakt.

Dat is natuurlijk maar droevig en zielig voor die vergeten woorden, dus vanaf vandaag zal ik hier regelmatig enkele woordenboekdefinities geven van woorden die uw overgrootmoeder waarschijnlijk elke dag gebruikte, maar die uzelf vreemd in de oren zullen klinken. Waar mogelijk zal ik het e.e.a. ook nog illustreren met originele illustraties, ik heb tenslotte niet voor niks kunstacademie gedaan. Gezien het feit dat die uit oude boeken komen zijn ze wellicht af en toe een beetje onduidelijk. Mijn welgemeende excuses daarvoor.

Deel 1: Knetel


KNETEL, m. (-s), 1. paal die eert. onder een bepaalde hoek aan gevels werd bevestigd ter vergemakkelijking van communicatie in lange straten: makkers! de knetel staat omhoog, wij moeten huiswaarts gaan;  2. (fig.) fallus; AAR, m. (-en), 1. persoon belast met de bediening en het onderhoud van een knetel, inz. aan openbare gebouwen; 2. drager of gebruiker van een kneteldas: gij zult de knetelaar herkennen aan een corsage van vergeet-mij-nieten; mijn kneteldas zal zijn een lorgnet met gekleurde glazen; DAS, v., (-en), voorwerp of kledingstuk waarmee de drager in gezelschap zijn geheime identiteit kenbaar maakt aan een bondgenoot: zie daar! mijn informant, hij draagt de kneteldas.

Add a comment