Blog archives

Doe het toch maar

📷 HK

Eind augustus was ik bij het Paradisodebat. Dat is het jaarlijkse debat tussen de politiek en de cultuursector, georganiseerd door belangenorganisatie Kunsten ‘92. Acht mensen uit de sector hadden nette vragen geformuleerd, die ze stelden aan vijf kamerleden met cultuur in de portefeuille. De conclusie: de toekomst voor de kunsten was hoopvol.

Helemaal aan het einde vroeg de moderator of de zaal na het debat ook hoopvol was. Kunstenaar Katinka Simonse (Tinkebell) reageerde verontwaardigd: “dit is een blamage”, schreeuwde ze. “Dit is een slaapverwekkend debat vol met cliché’s”. Er werd wat gemurmeld en ze werd afgewimpeld met “kom maar bij de borrel vertellen hoe het dan had gemoeten”. Tijdens de uitreiking van een koninklijke onderscheiding door de staatsecretaris Cultuur en Media aan de vorige voorzitter van Kunsten ’92 liep ze boos weg.

Ik begreep Tinkebell wel. Want het wás ook een slaapverwekkend debat vol cliché’s. De wereld staat in brand. De politici zeiden dat het “zo goed was dat we hier ondanks alle politieke verschillen zitten” terwijl ze benadrukten hoezeer ze het met elkaar eens waren. Ik kan me geen recent politiek debat herinneren waarbij de deelnemers het mordicus met elkaar óneens waren. Stel je voor! Een debat dat ongezellig is en waar deelnemers zich misschien soms wat ongemakkelijk voelen!

Het werd maar op één moment een beetje spannend. Eerder zeiden de politici hoe belangrijk het was dat de cultuursector rust krijgt. Ze hadden het dan vooral over de (vaak grotere) BIS-instellingen, die steun van de overheid krijgen. De Amsterdamse wethouder van cultuur Touria Meliani stelde de logische vraag: krijgen de gemeentes dan ook rust? Krijgen ze financiële steun voor het Gemeentefonds door het Rijk zodat ze hun eigen instellingen kunnen ondersteunen? Die vraag werd weggewuifd. Kamerlid Pim van Strien (VVD) vond dat een ongepaste vraag op een middag waar zo fijn werd gepraat over “de toekomst en wat ons verbindt”.

Inderdaad, slaapverwekkend en clichématig. Gezellig keuvelen, elkaar schouderklopjes en complimentjes geven dat we het allemaal zo heerlijk eens zijn. Alsof daarmee de verdeeldheid in de maatschappij, de klimaatcrisis, de vluchtelingencrisis, de stikstofcrisis en alle andere crisissen worden opgelost.

Een week later zat ik bij een interview met Maria Alyokhina, mede-oprichter van de Russische punkband Pussy Riot. Sinds april dit jaar is ze uit Rusland gevlucht, omdat ze alleen al voor het gebruik van het woord “oorlog” in plaats van “speciale militaire operatie” vijf jaar cel kan krijgen. Hier zit iemand die haar land is ontvlucht, omdat ze het niét eens is met hoe de dingen gaan. Om te laten zien hoe dicht we bij de oorlog in Oekraïne zitten spuit ze nu graffiti bij plaatsnaamborden waar ze langskomt, die het aantal kilometers tot de Oekraïense grens aangeven.

Iemand uit het publiek vroeg hoeveel zin dat eigenlijk heeft: dat actievoeren. Want het is ontzettend deprimerend. Had ze niet de neiging zichzelf van een brug af te gooien? Haar precieze reactie weet ik niet meer, maar wel wat ze daarna zei: je weet nooit van tevoren hoeveel impact een actie, hoe klein dan ook, kan hebben. Als niemand begint gebeurt er niks. Alyokhina kreeg ook de vraag of kunst a-politiek kan zijn. Nee, zei ze: “niet politiek zijn is namelijk óók een politiek statement”.

Dát is volgens mij wat Tinkebell bedoelde toen ze riep dat het Paradisodebat een blamage was. Scherpe politieke statements werden vakkundig vermeden. Het de hele tijd met elkaar eens zijn en benadrukken wat ons allemaal verbindt is óók een statement. Én een statement dat geen recht doet aan de huidige staat van de wereld. De helft van de Nederlanders heeft volgens recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) geen of weinig vertrouwen meer in de politiek. Dát is een enorm probleem waar we een oplossing voor moeten vinden.

Die oplossing lijkt me eigenlijk vrij simpel: eerlijk zijn, mensen serieus nemen én duidelijke keuzes maken. Het gebrek daaraan is de reden dat al die vlaggen in het land omgekeerd hangen. Want heeft het kabinet ooit écht eerlijk en duidelijk uitgelegd waarom die stikstofmaatregelen worden doorgevoerd behalve “het is belangrijk en we kunnen niet anders”? Dat is geen eerlijkheid, maar onvermogen om te kunnen uitleggen hoe dingen werken. De persoon die werd aangesteld als “onafhankelijk bemiddelaar” bleek dezelfde te zijn als die eerder het rapport heeft geschreven waarop die maatregelen gebaseerd zijn. Natuurlijk hebben mensen dan het gevoel dat ze niet serieus worden genomen. Zou er niet veel meer respect zijn voor politici als ze duidelijke keuzes zouden maken, die fatsoenlijk uitleggen en niet vervallen in uitgekauwde cliché’s als “we betreuren het ontstane beeld”?

Die simpele oplossing is natuurlijk niet makkelijk. Niet iedereen kan vluchtelingen opvangen, zonnepanelen op het dak leggen of de politiek ingaan. Maar er zijn, wat Maria Alyokhina ook zei, duizend dingen die je wél kan doen. Daar kun je mee beginnen.

Er was nóg een moment bij het Paradisodebat dat bijbleef naast de boosheid van Tinkebell. Spoken word kunstenaar en schrijver Babs Gons trad op met een ode aan het doorzettingsvermogen van de creatieveling: doe het toch maar. Het blijven doen, ook als je denkt dat niemand op jouw ideeën of werk zit te wachten. Zouden we niet moeten beginnen met die vier woorden van Babs Gons?

Bij mij heeft het in ieder geval wat los gemaakt. Wat dat precies betekent weet ik nog niet, alleen dat ik me nog meer, ook professioneel, zal inzetten voor die drie waardes die ik hierboven heb genoemd: eerlijk zijn, mensen serieus nemen en duidelijke keuzes maken.

Doe het toch maar.

Dit stuk verscheen eerder in editie #165 van De Circulaire.

Add a comment